De wereld draait door
Tien dagen geleden, is het nu, dat mijn directrice een mailtje uitstuurde met slecht nieuws over een collega die al een tijdje out was. Ze was kritiek ten gevolge van een hersenbloeding. Tien dagen geleden las ik het bericht, tussen twee haasten door, er rotsvast van overtuigd dat die collega er wel weer bovenop zou komen.
Twee dagen later las ik op Facebook dat ze was heengegaan. 's Morgens, nog groggy van de zware nacht met mijn klaarwakker zoontje van zeven maanden dat maar weer eens bij ons in bed was beland, staarde ik naar mijn smartphone scherm, verbijsterd. Ik kon me ons laatste gesprek nog voorstellen en had er meteen spijt van. Ze vertelde me toen dat ze heel diep gezeten had, maar dat het weer beter ging. Er stond nog een collega bij mij die haar beter kende en ik had weinig tijd, dus ik sprak een andere collega aan en stapte weg van de conversatie. Zo gaat dat in het dagelijkse leven. Ik had me nog voorgenomen vaker tijd te nemen voor een gesprek met haar. Ze leek het nodig te hebben. Zo weet je maar nooit wanneer het de laatste keer is dat je iemand zal spreken.
Ik vertelde het nieuws aan mijn man. "Zo plots?" vroeg hij. Ja, plots... Maar meer dan dat werd er bij ons thuis niets over gezegd. Hij kende haar tenslotte niet, en ik slechts oppervlakkig.
Toen ik de school binnenstapte, had ik een leeg gevoel. De gang leek zo groot, de lerarenkamer stil.
"Heb je het gehoord van Marie?" vroeg ik aan een collega waar ik samen mee in de klas sta. "Ja, triest," zei hij.
"Zeker als je je bedenkt dat ze het op het einde van haar leven niet zo gemakkelijk had," voegde ik eraan toe.
"Dat is licht uitgedrukt," zei hij.
Dat was ook zo. Maanden 'out of office'. Voordien heel sterk vermagerd op snelle tijd. Iedereen weet dat het dan wel heel slecht moet gaan. Toch wordt er op zo'n moment verder in alle talen gezwegen.
De rush nam de ochtend over. De leerlingen liepen door de polyvalente ruimte naar binnen en buiten, net als elke andere dag. Leerkrachten bespraken wat leerkrachten bespreken. De bel ging. De lessen vingen aan. De dag passeerde zoals elke andere dag.
Er werd een klein lokaaltje ingericht als rouwruimte voor Marie. Tot gisteren heeft het geduurd dat ik eens terloops extra tijd had om toch eens in de ruimte te gaan zitten. Een brandend kaarsje, een korte presentatie met wat foto's en een tekstje, een boekje om iets in te schrijven. Ik hapte heel even naar adem, verwonderd bij de impact dat het toch even had op mij. Het boekje nodigde me uit om er iets in te schrijven. Maar wat schrijf je op zo'n moment? Ik wist dat ze twee kinderen achterliet, dat haar ouders haar moesten begraven. Wie zou dit lezen? Wat zou haar nabestaanden het meeste troost bieden?
De foto's van haar kinderen lichtten op. Die zullen wel haar 'alles' geweest zijn. Uiteindelijk is dat ook alles wat telt, familie. Ik dacht aan hun verdriet. Op het werk wordt het dan - wel steeds respectvol - terloops vernoemd, maar de molen blijft draaien, de wereld draait door. Terwijl staat die, voor wie weet hoe veel tijd, helemaal stil voor haar kinderen. Moederloos op de dag dat ze afstuderen, hun trouwdag, de dag dat ze ouders worden... Altijd een beetje eenzaam, voor altijd. Altijd een lege ruimte in hun hart, voor eeuwig.
Ik dacht aan mijn eigen zoontje en mijn man, hoe hun leven er zou uitzien als ik er niet meer was. Wat zouden zij willen lezen? Iets persoonlijks, besliste ik. Een aantal jaren geleden had een meisje die ik kende haar papa verloren. Haar kaartje had ik heel persoonlijk kunnen schrijven. Ze was ervan onder de indruk geweest, had de boodschapper me nadien verteld. Ik kende de kinderen echter niet. Ik wist niet welke metafoor zou raken, wat Marie deed tikken. Een eeuwenoud cliché dan maar, "ik hoop dat je rust gevonden hebt".



Reacties
Een reactie posten