Ode aan mijn moeder
Moeder, je maakt geen deel meer uit van mijn leven. Je hoort me niet meer, ziet me niet meer. Ik heb jou verlaten.
Het moet pijn doen, besef ik. Toch kan ik mijn daden niet terugnemen. Het gaat me zo veel beter af. Ik denk dat ik begrijp wat je hebt proberen doen. Ergens verlang ik naar dezelfde dingen die jij voor ogen had. Ik voel me zeker even kwetsbaar als jij, toen we twee kleine meisjes waren. Het vroege moederschap is maar al te vaak eenzaam. Ik weet het. Je hebt jezelf geïsoleerd toen je kwetsbaar was en dat was misschien je eerste fout.
Gaandeweg voelde ik jouw rancune, soms zelfs haat, voor mij, het ongeplande, ongewenste kind. Al denk ik deze latere jaren dat je me misschien wel graag had gehad, maar dat ik niet was wat je voor ogen had gehad. Dat je niet durfde uitkomen voor jouw bedrog, misschien. Je zou niet de eerste vrouw en al zeker niet de laatste zijn.
Als heel klein meisje was ik snel helemaal alleen op de wereld. Mijn vader vertelde me dat zijn hart brak toen hij me een liedje hoorde zingen van mijn eigen makelij: "ik ben alleen, alleen, alleen. Niemand komt er om mij heen. Ik ben alleen, alleen, alleen." Hij hoorde het pas voor de eerste keer toen het al jaren mijn mantra was. De melodie giert zelfs nu nog steeds door mijn hoofd. Ik hoor mijn jonge meisjesstem de pijnlijke woordjes zingen. Mijn hart breekt voor haar.
Ik hoor haar vragen of je niet van haar houdt omdat je geen slaapliedje wilt zingen voor haar, maar wel voor haar zus. Ik voel de afwijzing als ik als kleine meisje niet eens aan de deur mocht meeluisteren. Welke moeder doet zoiets?
Toen Zus geboren werd, bleef je thuis. Je stampte een bedrijf uit de grond en alles leek in overvloed aanwezig te zijn. Niets was minder waar. Zus voldeed aan al jouw verwachtingen. Zus was het kind waar je van had gedroomd. Zus ging in alles mee. Zus werd daardoor vergeten door onze vader. Onzichtbaar.
We gingen wonen op de boeren buiten, dicht bij de natuur. De zomers intenser, de winters harder. Een prachtig, eerlijk leven, vond ik toen zelfs. Maar het waren mijn donkerste jaren. Mijn diepste trauma's raakten daar verstrengeld met verse, meer extreme ervaringen. Na een gewelddadig afscheid van mijn gezin als geheel, schipperde ik tussen schuld- en verantwoordelijkheidsgevoel, beschermen en rebelleren, was ik blind voor de onzin van alle krankzinnigheid. Ik verloor mezelf meer en meer, haatte mezelf zoals jij me haatte. Want, zeg nu zelf, wie kon van me houden als zelfs jij dat niet deed?
Je wist hoe diep ik zat. Je wist dat ik de mentale pijn in mijn lichaam probeerde te voelen, maar het was eigenlijk nooit echt genoeg. Je wist dat ik mijn eten overgaf. Je wist dat ik mezelf verwenste, dat ik er misschien beter nooit was geweest.
Ik vroeg jou of ik uit liefde was geboren. Eender welke strobreed was genoeg om me maar niet te laten verdrinken. Maar je duwde me kopje onder, in de hoop dat het me in duizend stukjes zou breken.
Dat deed het, maar op de best mogelijke manier.
The cracks are where the light comes in.
Die dag besliste ik bijna uit het leven te stappen. Die dag was er zeker en vast niemand op deze wereld die me graag kon zien. Die dag schreeuwde een piepklein deeltje van mezelf: "nee."
Nee. Vandaag is niet de laatste passage van mijn verhaal.
Nee. Dit is niet de waarheid.
Nee. Dit is niet alles.
Nee. Jij hebt niet gewonnen.
Nee. Ik duld dit niet meer.
Nee. Dit moet anders kunnen.
Nee.
Ik liep weg. In plaats van de liefde en koestering die ik toen nodig had, gaf je me een koude schouder. Je legde me woorden in de mond. Ik werd meer en meer opzijgeschoven. Mijn plaats werd ingenomen door vriendinnen, surrogaatdochters, kleine vrouwtjes die je manipuleerde om bij jou te blijven. Ik dacht dat ik dat verdiende.
Gaandeweg verloor ik de verbinding die ik met mijn zusje had. Ik had haar jarenlang beschermd, gekoesterd, getroost, zoals een grote zus zou doen. Ik werd haar schurk, elke dag een beetje meer. Ook zij verving me. Ik was niet meer "zus". Elke andere dame die de weg een beetje kwijt was, was dat wel.
Heel lang ben ik loyaal gebleven, ook al zag je het niet zo. Heel lang heb ik toegestaan dat je, zoals een mannetje in een cartoon, terug weghaalde wat ik opbouwde. Heel lang probeerde je de muren rond mijn hart ondoordringbaar te houden, terwijl ik ze zelf probeerde te laten afbrokkelen. Heel lang, tot ik mijn laatste "nee" uitte.
Wat ben ik dankbaar voor die eerste "nee". Het was de eerste in een reeks beslissingen die nu mijn leven voller, rijker maken. Wat ben ik dankbaar voor alle andere keren dat ik zelfzeker en stevig "nee" heb gezegd. Nee, tegen het normaal dat ik toen kende. Ja, tegen een ander normaal. Ja, tegen het normaal dat ik zelf aanvaard. Ja, tegen mijn huis, mijn man, mijn zoon.
Mijn zoon, die ik zielsgraag zie. Mijn zoon, waarvan ik wens dat hij nooit weet hoe zo'n duisternis voelt. Mijn zoon, waarbij ik elk moment zo aandachtig mogelijk aanwezig ben. Mijn zoon, waar ik elke dag in verwondering naar kijk, niet alleen naar wat hij doet, maar wie hij is. Elke dag licht hij een nieuw tipje van de sluier op. Elke dag leer ik hem beter kennen. Daar ben ik zo dankbaar voor.
Uit jouw moederschap heb ik twee dingen heel zeker geleerd.
Ten eerste, koester geen wrok tegenover je kind, hoe klein of groot ook. Het kind, welke filosofie je ook moge hebben, kan er niet aan doen. Ze hebben er niet voor gekozen en niets in hun verantwoordelijkheid. Zij zijn hier niet voor ons, maar wij voor hen.
Ten tweede, vraag om hulp. Jij, moeder, hebt veel te veel alleen proberen doen. Het moet een eenzame weg zijn geweest om de ideale wereld anders te zien dan hoe de realiteit zich presenteerde. Had je je laten omringen door mensen die van je hielden, dan was je de voeling met die realiteit misschien niet verloren. Dan had je misschien nooit zo'n wrok gevoeld voor mij, jouw meisje.
Vandaag dank ik je voor jouw moederschap, voor hoe je me spectaculair gefaald hebt. Het heeft me ongetwijfeld gevormd tot het mens dat ik vandaag ben, de moeder die ik vandaag ben. Ik geloof graag dat ik de moeder ben die mijn zoon verdient. De ene dag gaat dat al wat beter dan de andere. Je hebt me nederig gemaakt, moeder. En nederig zal ik blijven. Want ik sta verwonderd te kijken hoe mijn zoon zonder enige moeite zijn ruimte inneemt. Wat vind ik dat mooi.
Je begrijpt dat er geen weg terug is, ook al zou ik soms wensen dat je beter kon. Ik weet nu beter. Ik ben nu beter. Wat ben ik dankbaar voor de pijn, want zonder pijn is er geen vreugde. Geloof me, hoe diep de pijn zit, des te dieper ik de vreugde kan voelen. Dus, dank je wel, moeder, voor jouw onverbiddelijkheid. Het heeft mijn hart zachter, mijn stem luider en mijn knuffels steviger gemaakt.


Reacties
Een reactie posten