Wat wil je later worden?
"Wat wil jij later worden?"
Jonge kinderen kunnen er altijd op antwoorden.
Brandweerman, piloot, prinses, politieagent... Mijn antwoord was steevast "kunstenares".
Brandweerman, piloot, prinses, politieagent... Mijn antwoord was steevast "kunstenares".
Vandaag is die kunst waar ik toen zo overtuigd van was, nergens te bespeuren.
Tegen de tijd dat we de middelbare schoolleeftijd bereiken, is het al minder duidelijk. Dat merk ik bij mijn leerlingen en dat was het voor mij ook. Opties openhouden, een plan B hebben, toch voor iets studeren dat meer opties heeft...
Toch had ik altijd gedacht dat ik een slow life, een traag leven zou leiden. Eerst als schilder, in een eigen atelier of op locatie, tussen de velden, omringd door de wonderlijke kleuren van Moeder Natuur. De wolken, de bloemen, het gras, de zonsondergang. Misschien zou ik ooit de moed krijgen om mijn emoties in mijn werkjes te leggen. Misschien zou het ooit kunst kunnen worden?
Ik kan me de lessen beeldende kunst aan de academie heel goed herinneren. Ik ging er helemaal in op.
Elke penseelstreek, het deel van een groter geheel. Ik tekende minuscuul, durfde de beschikbare ruimte niet in te vullen. Prachtig hoe het 'zelf' op die manier tot uiting komt. Jaren later volgde ik een TED-talk waarin de spreker uitlegde dat het enige wat je hebt, op deze hele wereld, is de ruimte die je moet invullen. Het leven is een canvas. Hoe mooi is dat? Kinderen kunnen het zo goed, hun ruimte innemen. Ergens onderweg ben ik die vaardigheid kwijtgespeeld. Ik ben heel erg klein geweest, een bang vogeltje, verstrengeld in een ridicule mini-maatschappij, vast in een kooi van verwachtingen en verantwoordelijkheid. Nu lukt het me steeds beter om mijn ruimte wel in te nemen.
Tijdens het schilderen, boetseren, schetsen, vlogen twee uren voorbij alsof ik na vijf minuutjes alweer moest vertrekken. "Ze heeft talent," hoorde ik mijn leerkrachten zeggen. "Ze zou er iets meer mee moeten doen."
Ik was toen al verlegen. Ik had toen al geen stem meer. De kunstschool was geen goed idee volgens mama. Ze gaf me schrik om de trein te nemen naar een grote school waar ik niemand kende. Toch maar een stabieler pad kiezen dan.
De schrijftherapie ontsluierde een ander talent. Leerkrachten merkten: "je zou hier meer mee kunnen doen". Zou ik durven? Misschien zou ik alsnog traag kunnen leven, kunnen stilstaan bij het kleins, het groots, het alledaags, het miraculeuze... Nog steeds romantisch, zo'n bureautje, schrijven bij kaarslicht, muziek in de oren, vingers vol inktvlekken, notitieboekjes die afzagen in mijn versleten rugzak.
Een tijdje heb ik dat volgehouden. Het maakte mijn leven draaglijker. Ik las en schreef naast mijn school- en studentenwerk. Toen was mijn kans. Later zou er geen meer volgen. Daarvan was ik overtuigd.
Ik schreef en publiceerde, maar te snel, geloof ik. Ik publiceerde onder eigen beheer omdat uitgevers vonden dat er nog te veel werk aan de winkel was en een uitgeverij investeert niet in een onbekende nobody. Het is te riskant. Dan maar een veiliger pad volgen.
Plan C: journalistiek. Slow journalistiek lijkt een mooi leven. Magazines met prachtige fotografie, diepgaande interviews, langere teksten, of een wekelijkse column schrijven... Ik zag het mezelf wel doen, maar de plaatsjes bij de slow magazines zijn beperkt. Toen ik de teksten van medestudenten las, streelden de woorden een stukje van mijn hart. Het klopte zo. Ze waren zo veel beter dan wat ik kon neerpennen.
Ondertussen zit ik jobsgewijs nog wat plannen verder. Jarenlang zwoegen. Hustling. Ik leef gehaaster dan ik zou willen, zit vaker op mijn tandvlees dan ik zou willen. Er rollen meer tranen over mijn wangen dan ik zou willen en mijn hart breekt vaker dan ik zou willen.
En toch zit ik ook nog een stukje in een (ander) plan A. Alleen krijgt dat plan geen aandacht zoals een carrière dat doet. Ik ben mama. Dat heb ik altijd willen zijn. Lucas trekt mijn wereld open.
Dinsdagochtend laatst was ik daar zo dankbaar voor. Mijn lesdag begint op dinsdag pas 's middags en Lucas sliep langer. Ik vond het zalig dat ik hem niet wakker hoefde te maken.
"Neem je tijd, we moeten nergens zijn."
Als warme vlindertjes voelde dat binnenin. We hebben geen haast. Ik kan mijn prachtig kindje wat langer vasthouden, hem met alle geduld klaarmaken voor de opvang. Hij heeft ruimte om zichzelf te zijn, zijn ritme te volgen. De dagen worden kouder, maar de ochtend was zachter. Ik was milder. Ik stal een paar uurtjes traag leven.
Als warme vlindertjes voelde dat binnenin. We hebben geen haast. Ik kan mijn prachtig kindje wat langer vasthouden, hem met alle geduld klaarmaken voor de opvang. Hij heeft ruimte om zichzelf te zijn, zijn ritme te volgen. De dagen worden kouder, maar de ochtend was zachter. Ik was milder. Ik stal een paar uurtjes traag leven.


Reacties
Een reactie posten