Safe and sound
"Mevrouw, ik voel me opeens niet goed... Ik wil hier weg."
Een leerling van mij reageerde vrij hevig op een trigger toen we terug naar school aan het stappen waren aan het einde van de dag. We hadden net een activiteit rond mentaal welzijn gedaan.
Ik hield haar handen vast, bleef contact maken zodat ze zich veilig voelde. Even leek het erop dat ze zou weglopen.
"Wat scheelt er? Praat met me zodat ik je kan helpen."
Ze deed uitspraken die voor mij kant nog wal sloegen, maar ik stelde gerichte vragen om dan snel te kunnen handelen. Binnen de vijf minuten was ze weer kalm, kon ze weer lachen, gingen we terug op het gemakje richting school. Niets gebeurd.
En waarom? Omdat mijn leerling haar trigger kon aangeven. Sterk, vond ik. Dat sprak ik ook uit.
"Je hebt goed gehandeld, meisje."
Kon ik dat ook maar.
Vandaag zong ik een slaapliedje voor mijn zoon voor zijn dutje dat ik al een tijdje, onbewust, uit de weg was gegaan. Ik houd hem altijd even in mijn armen in de schommelstoel zodat hij zich veilig voelt en, hopelijk, langer slaapt. Er zijn zo drie liedjes waartussen ik afwissel, maar het zijn niet de traditionele kinderliedjes. Geen Slaap kindje slaap of Broeder Jacob. Ik zing Come what may, Safe and Sound en Daydream. Het zijn de liedjes die het dichtst bij mijn gevoel staan.
Of toch meestal.
Toen ik eerst Safe and Sound begon te zingen, deed ik dat ook voor mijn innerlijk kind.
Just close your eyes
The sun is going down
You'll be allright
No one can hurt you now
Come morning light
You and I'll be safe and sound
Prachtige lyrics. Een mooie reminder voor mezelf ook. You and I'll be safe and sound. Jij en ik.
Ook ik ben veilig in dit huis, dit gezin, dit leven. Dat is voor mij ooit anders geweest.
Deze week ben ik daar een aantal keren in getriggerd, besef ik, en ik ben dat blindelings uit de weg gegaan.
Mijn neefje werd in de hoek gezet. Ik moest denken aan die keren dat ik werd opgesloten in de kelder en de keren dat mijn vader me op mijn knieën aan de muur liet zitten, met mijn handen omhoog en me uitlachte als hij even blafte dat ik mijn armen moest strekken. Zo'n straffen zie je nu nog nauwelijks. Daarbij wordt een time-out of een "in de hoek" nu ook in twijfel getrokken voor het psychisch welzijn van kinderen.
Mijn zoontje lag na een dag zonder dutjes doodop met zijn hoofdje op mijn borst, stilletjes te spelen met de wielen van een speelautootje. Ik moest denken aan die keer dat ik op een drukke avond uit op mijn moeders schoot mocht kruipen en naar haar stem luisterde, wat me kalmeerde. Een van de weinige veilige herinneringen die ik nog heb.
Ik zat bij de kinderarts met vragen over de eczeem van mijn zoon, maar ook zijn slaapgedrag. Kort samengevat was "laat hem even wenen" het advies. "Het alternatief is dat je hem bij jou in bed neemt." Dat doen we al, moet ik bekennen. En ik vind het niet erg, moet ik ook bekennen. Wat me wel zorgen baart, is dat Lucas soms gewoon niet te sussen valt. Als hij graag nabijheid heeft, zou je denken dat het probleem is opgelost door hem bij ons in bed te nemen en eens wat steviger te knuffelen.
Ik weiger hem te laten wenen. Dan bijt ik nog liever gewoon door de vermoeidheid heen. Als ik maar denk aan mijn baby te laten wenen, denk ik dat hij zich niet veilig zal voelen in bed. Als ik daar iets dieper op inging, dacht ik aan de zondagavonden dat ik met de baksteen in de maag naar bed ging om nog uren wakker te liggen, piekeren over hoe ik 's maandags weer zou gepest worden op school. Ik moest denken aan de nachten dat ik slaapwandelde en op vreemde plaatsen wakker werd. Compleet verward richtte ik me twee keer naar mijn ouders, die de eerste keer bizar reageerden en me de tweede keer negeerden. Ik dacht aan die keer dat ik had overgegeven in mijn bed, maar niet uit bed mocht en niemand kwam, want ik had een keertje daarvoor in de babyfoon gelogen dat ik had overgegeven zodat er iemand zou komen. Heel vaak heb ik mezelf in slaap geneuried met de woordjes ik ben alleen, alleen, alleen...
Zielig, besef ik. Als kind was ik vaak op mezelf aangewezen. Om te slapen dus ook. Ik wil niet dat mijn zoontje zich ooit zo onveilig moet voelen, hier, thuis, bij mij. Safe and sound is ons mantra.
In het boek "The Myth of Normal" van Gabor Maté las ik dat stress jouw DNA verandert, wat je dan uiteindelijk doorgeeft aan je kinderen. Ergens anders las ik dat het niet de postpartum periode, maar de kindertijd van de moeder is die een grote impact heeft op het welzijn van de baby. Het wordt moeilijk om alles dan recht te trekken voor de volgende generatie. Ik heb al veel gewerkt aan mijn mentaal welzijn en de verwerking van mijn trauma's, maar kijk, blijkbaar ben ik toch niet zo goed in het opmerken van mijn triggers.
Misschien werk ik het slaapprobleem inderdaad zelf in de hand, zoals de kinderarts zegt. Veel positieve associaties had ik niet met mijn bed. Ik herinner me wel nog dat mijn vader me eens met veel zorg instopte. "Zo heb je het graag," hoor ik hem nog zeggen. Dat was toen al niet meer zo, maar ik genoot van de aandacht, dus ik verbeterde hem niet. Jarenlang heb ik daaraan vastgehouden. Nu nog steeds is het een herinnering die soms opduikt als ik mijn zoontje instop.
De tranen rolden zachtjes over mijn wangen toen ik Lucas vanmiddag dus in slaap zong, beseffend dat ik me de laatste periode helemaal niet zo veilig gevoeld heb. Beseffend dat Lucas dat waarschijnlijk goed had aangevoeld, want kinderen nemen de stress van hun ouders over. Spijt steekt dan de kop op. Ik heb te vaak "ja" gezegd, te veel hooi op de vork genomen, te veel afspraken moeten nakomen en ben te veel afgeweken van Lucas' ritme.
No one can hurt you now.
Ik stelde me voor dat mijn innerlijk kind voor me zat, hoe ze zich voelde; eenzaam, walgelijk, verdrietig, en zong: "you and I'll be safe and sound."


Reacties
Een reactie posten