Laat het gras maar groeien
Ik had niet gedacht dat mijn schaamte nog zo sterk, zo snel, de kop kon opsteken na de opmerking van een vreemde. Niet na alles wat ik de voorbije jaren heb geleerd...
Aangezien het vakantie is, heb ik wat meer tijd om dingen gedaan te krijgen, wat meer op adem te komen, wat meer na te denken over de intentie waarmee ik leef, en mijn zoon opvoed. Ik was de week gestart met het voorbereidende werk dat mijn job wat zou vergemakkelijken als het weer werken geblazen is. De dag nadien had ik het hele huis opgeruimd, was ik begonnen aan de opkuis van onze indoor-outdoor spaces, had ik eens deftig gedweild...
Ik was zo trots op mezelf dat het me gelukt was om de visuele rust eens te bereiken. Het was voor mij de geruststelling dat ik niet de weg van mijn eigen moeder opging. Lucas zou niet opgroeien in een huis dat te vuil is voor woorden. Voor nu is er de dagelijkse chaos, en die mag er wel nog even zijn. Voor mij is het een teken dat hier een gelukkig kind wordt grootgebracht. Lucas zal snel te groot zijn voor al het speelgoed dat rondslingert. Ik herinner mezelf daar heel vaak aan.
Op dag drie was het heerlijk weer buiten. We waren 's ochtends naar Maarkedal gereden voor de fotoshoot ter gelegenheid van zijn eerste verjaardag. Hij was superflink, maar het was intensief. We zaten buiten te genieten van de zon. Lucas porde met een stokje in het gras. Hij kent de tuin nog niet zo goed, maar gaat op eigen tempo op ontdekking. Ik zat bij hem, in gedachten te verdwalen, te genieten van zijn nabijheid, tot ik een wandelaar hoorde verzuchten: "anders moeten ze dat hier nog langer laten staan".
Ik kromp ineen toen ik besefte dat hij sprak over het onkruid langs het wandelpad, meerbepaald aan onze gevel. Ik weet het wel, en ik weet het al lang: mijn tuin is een ramp. Ik wil er al langer iets aan doen, maar het is gewoon nog nooit prioritair genoeg geweest. Deze zomer zou ik heel graag mijn tuin kindvriendelijk hebben. Met alle prikkers, molshopen, mierennesten en zelfs hopen spinnen in het gras, is het echt niet de beste speelomgeving voor mijn zoon. En, ja, het onkruid staat in onze voortuin, langs de gevel. Voor mij is het een werk dat mijn rug me niet in dank afneemt. Het was inderdaad heel lang geleden dat ik nog eens kruid gewied had. Vrij laat tijdens mijn zwangerschap had ik daar gewoon niet genoeg comfort meer voor. De periode na de geboorte van Lucas was ook heel intensief en zwaar. Kruid wieden was het laatste waar ik aan dacht.
De man liep verder, keek in mijn tuin en zag dat ik er met mijn kindje zat. Hij foeterde wat op zijn kleinkind en liep verder, samen met zijn vrouw. Ik probeerde het niet te diep te laten binnenkomen, maar, zoals je wel zal gokken, ben ik daar grandioos in gefaald. Een andere opmerking kwam in mijn gedachten opdagen. De boer van de koeien in de weide tegenover mijn tuin pleit er altijd voor mijn gras te laten staan. Telkens hij me het gras zag afrijden zei hij: "laat het gras maar groeien!". Ik wist nooit hoe daar gepast op te reageren.
Tot het tijd was voor Lucas zijn dutje, besloot ik wat plantjes te stekken en te proberen een aantal dingen op te ruimen terwijl ik hem goed in het oog hield. Toen hij dan in zijn bedje lag, ben ik kruid beginnen trekken langs de wandelweg. Ik doe het nooit graag, wetend dat daar volgende week weer een hoop kruid staat en dat mensen me er altijd zullen voor afrekenen. Ik zou er liever bloemen zetten. Bodembedekkers die het onkruid overwoekeren. Het is aangenamer om naar te kijken, beter voor de bijtjes en minder werk (denk ik).
Terwijl de babyfoon op maximum stond zodat ik mijn baby toch zeker zou horen, was ik nog steeds bezorgd dat ik hem niet zou horen. Ik foeterde op de diepe wortels van de paardenbloemen en prikkers toen diezelfde man die me daarnet zo klein had laten voelen terug langs mijn huis passeerde met zijn gezin. Zijn vrouw glimlachte naar me en zei: "dat is nogal een werk, he, jong."
"Ja," antwoorde ik, verlegen, mijn mijn kop meteen terug naar beneden. Ik keek nog eens op om de man ook te begroeten. Zijn gezicht stond vriendelijk en toch voelde ik me nog steeds heel klein, beschaamd. Ik weet dat ik zo authentiek mogelijk leef. Ik weet dat ik mijn uiterste best doe. Ik weet dat die man zijn verzuchting ook terecht was en dat hij het misschien wel waardeert dat ik daar, ondanks ik alleen was om op dat moment voor onze zoon te zorgen, iets aan heb proberen doen. Toch is het niet gemakkelijk. Ik keek naar onze half opgebroken voortuin, naar het graafwerk waar vol goede moed aan begonnen is, maar waar snel weer opgegeven is. De tristesse druipt ervan af. Al was het een perk vol bloemen, bodembedekkers, het zou niet zo deprimerend zijn om langs ons huis te wandelen.
Toch hield ik mezelf even tegen. "Dit is geen weerspiegeling van mijn gezin," dacht ik. Mijn kind is gelukkig, mijn man content en ik voel me steeds meer in mijn plaats nestelen. "Ik ben genoeg," was het mantra dat hier nodig was. "Ik ben een goede vrouw, een goede mama." Ook al trek ik het kruid niet regelmatig genoeg.



Reacties
Een reactie posten