Zomerkind
Ik ben een zomerkind, een zonnemens. Ik hou van warmte en water en blote voeten in het gras. Ik hou van barbecues en ijsjes en buiten eten en in het zwembad ploeteren. Zelfs de occasionele vroege ochtend, begeleid door de ontwakende vogelenzang, kan ik smaken, ook al ben ik altijd een nachtuil geweest.
Ik hou van de zomer, van zweten en puffen en onder een dun lakentje slapen. Van laat op de avond bij een zachte zomerbries een wijntje te drinken terwijl de krekels van hun gat geven. Toch kwamen de eerste zomerse dagen van het jaar niet al te goed binnen bij mij. Ik was niet helemaal aanwezig, dacht vaak aan de tijd van toen.
In de tijd van toen gaven de zomers me wat ademruimte. Soms zelfs heel letterlijk. Toen ik op de boerderij woonde, was er meer dan genoeg plaats om me terug te trekken. Het weer en de lange dagen gaven dan meer vrijheid voor lange wandelingen, een visite aan een nabijgelegen weide. Ik kon ademhalen zonder schoolse pesterijen, soms zelfs even vluchten van mijn thuis.
Want "thuis" was niet altijd iets goeds. En toch bedekte de zomer dat wankel leven met een idyllische sluier. De zomer omarmde me. Het leven was zachter, trager, vrijer. Je voelt dat sterker op het platteland. 's Winters was er ijs te breken, moesten we met emmers water sleuren, regenstormen trotseren, racen tegen de zonsondergang... Het ijs stond binnen op de ramen boven, want we hadden geen centrale verwarming. Alles werd verwarmd met een enkele houtstoof. Hoewel dat romantisch klinkt, wil dat ook zeggen dat we meestal met z'n allen in dezelfde ruimte vertoefden. Als je dan tussen het vuil blijft zitten, is dat minder gezellig. Bovendien werd ik als een minderwaardig lid van het gezin behandeld. 's Winters viel dat altijd wat meer op.
's Zomers kon het zijn dat we pas om 21u het vlees op de barbecue legden. Urenlange gesprekken rond het knisperende vuur, een geluid dat danste tussen de ritmische tonen van de krekels. Prachtige momenten waren het. Mijn hart kijkt er liefdevol op terug, terwijl mijn hoofd de pijn herinnert. Een bitterzoete heimwee is het. Mij was wijsgemaakt dat je zo'n dingen nergens anders hebt. Ik dacht dat er altijd iets tegenover al dat moois moest staan.
Nu besef ik dat ik dat in mijn volwassen leven ook allemaal kan hebben, en toch maakt het me een beetje bang. Wat als die mooie herinnering weer iets pijnlijks triggert?
Ik heb onlangs de suggestie gekregen om kippen te zetten, wat veel problemen in mijn tuin zou oplossen. Bovendien is zoiets ook heel fijn voor mijn zoontje. Ik ken iemand die iemand kent - zo gaat dat - die kippen uit de legbatterijen redt, ze rehabiliteert en een nieuw leven geeft. Mooier kan haast niet.
En toch begin ik eraan met een ei in mijn gat. Want in dat andere leven had ik ook kippen, eenden, ganzen, geiten en op een bepaald punt ook schapen. Ik moest ze verzorgen zonder echt goed te weten hoe. De staat van hun hokken was dus niet om over naar huis te schrijven. Nu, het is niet moeilijk om te weten hoe je zo'n hok uitkuist. Maar hoe vaak en hoe grondig was me niet duidelijk. Daarbij vind ik niet dat je een kind hiervoor de eindverantwoordelijkheid kunt geven, al zeker niet in het begin. Er werden toen ook altijd maar dieren bijgepropt.
"Zij zal dat wel doen. Zij krijgt dat beest wel tam." Mij werd verteld dat het een compliment was, een uiting van vertrouwen. En toch ervoer ik het als een te grote verantwoordelijkheid, te veel druk, hoewel ik daar ook een beetje trots op was als het me dan wel eens lukte. Bitterzoet, zoals ik al zei.
"Het is tijd om het verleden te herschrijven," zei mijn schoonmama op de uiting van mijn twijfels. Akkoord, maar ik hoop dat ik erin gesteund zal worden. Alleen is het toch maar eng om de geesten van het verleden een nieuw gezicht te geven.



Reacties
Een reactie posten