Papa, ik lijk niet meer op jou
Ik scrolde door mijn fotogallerij op zoek naar een "voor"-foto van een projectje dat ik helemaal zelf had uit- en afgewerkt. Natuurlijk was ik vergeten om die te nemen voordat ik er effectief aan begon. Het was dus totaal onverwacht dat ik opeens jouw gezicht tegenkwam.
Het was een foto van niet zo heel lang geleden, na onze eerste breuk, voor onze definitieve. Glinsterende ogen, brede glimlach, op het terras van jouw mooie nieuwe en grotere huis, dat naar mijn mening een verdieping te veel had voor twee mensen zonder inwonende kinderen.
Ik mis jou, moet ik toegeven.
Ik mis de papa waarmee ik twee handen op een buik was. Ik kan me zo goed herinneren hoe we knuffelden in de zetel, trampolinesprongen, hoe je me hielp om verhaaltjes te verzinnen voor het slapengaan en mijn angst voor spinnen wegnam door een kleintje op mijn hand te laten kruipen. Ik herinner me hoe het kind in jou naar boven kon komen toen je met me speelde, hoe je me urenlang zoet hield met het zoeken naar een klavertje vier in het gras, hoe we op de ligstoel naar de sterrenhemel staarden op die warme zomeravond... Die herinneringen zijn kostbaar voor me. Ze zitten ergens diep begraven, onder al het puin dat onze relatie kapotmaakte. Ik probeer ze niet te voelen, want het doet zo'n pijn om te weten dat ik die papa nooit meer zal zien. Ik had eventjes gehoopt hem tevoorschijn te toveren met mijn toen nog toekomstig kind, maar voordat ik ooit zwanger werd, is die deur voorgoed gesloten.
Papa, ik leek toch zo op jou. Dat is toch wat ik iedereen hoorde zeggen. Ik was daar best wel fier op. Niet alleen qua uiterlijk, maar ook mijn interesses leunden meer aan tegen die van jou. Al is dat relatief. Ik was nooit echt sportief. Voetbal kon me niet echt boeien, nu nog steeds niet. En jij had niet echt een artistieke kant. En toch kon je zo trots zijn op mijn kunstwerkjes, en toch kon ik wel supporteren voor jou als je op het veld stond.
Papa, ik leek toch zo op jou. Ik werd jouw kind, zus dat van mama. En dat was dan ook meteen het probleem. Zus voelde zich onzichtbaar voor jou. Je had slechts voor één dochter oog. Zelfs toen je nog getrouwd was met mama, was ze op zoek naar een plaatsvervanger. Je moet dat gemerkt hebben.
Je was vaak gaan werken, zoals vele ouders in de maatschappij van vandaag. Altijd plichtsbewust, jouw hele leven lang al bij dezelfde werkgever. Soms kwam je overprikkeld naar huis. Dan was er geen tijd, geen geduld voor mij. Dat was soms voor een langere periode zo. Ik probeerde dat te begrijpen. Je was immers ook maar mens. Maar mama was vaak niet fair en op school werd ik gepest. Dan was er niemand om me veilig bij te voelen, te luisteren naar mijn grieven. Toch probeerde ik naar die van jou te luisteren aan de eettafel, in de hoop dat je dan ook ruimte zou maken voor mij. Die kwam vaak niet. Dat moet je gezien hebben.
Als jij er niet was, waar moest ik dan heen met mijn prikkels, mijn emoties en het onrecht dat ik voelde als kleine meisje?
Heel soms voelde ik jouw stil protest voor een klusje dat mama speciaal voor mij had opgespaard. Al wat vaker was het viezer werk, zoals het opscheppen van hondenstront die zich maand na maand begon op te stapelen in het gazon, en soms nog erger, de kiezelsteentjes op ons nog aan te leggen terras, dat nooit werd aangelegd. Je zou me dan komen helpen, in alle stilte, zonder iets te zeggen, tot het klusje geklaard was. Ik weet het nog, papa, dat je het op die manier soms voor me opnam. Maar ik had ook graag jouw woorden gehoord, want jouw gedachten kon ik alleen maar raden.
Langzaamaan verdween mijn zotte papa. Mijn papa werd een boze papa, die al eens zijn stem verhief, graag een glaasje dronk, al zeker na die beruchte nacht. Mama's verhalen deden jou geen goed, toegeven. Maar je bent vertrokken zoals je die avond bent vertrokken, met geweld, met geschreeuw, met gebalde vuisten, een beschuldigende vinger, zonder dochter, die je tussen twee vuren had gezet. Nadien lachte je mijn poging tot spreken weg. "Trauma? Jij? Wat een onzin zit je nu weer uit te kramen!"
Mijn speelse papa heb ik daarna nooit meer teruggezien. Mijn papa trok aan mijn oren, duwde mijn hoofd tegen de tafel, ondervroeg me in de zetel, maar luisterde nooit echt. Je werd een papa waar ik mezelf tegen moest verdedigen, een papa waar ik niet meer naar op wilde lijken. Ik werd opstandig, want je had me in de steek gelaten. Ik was jouw meisje en je had me teleurgesteld. Je nam het niet meer voor me op, ook niet stilletjes. Ik was alleen. Deze keer echt, helemaal alleen.
Ik probeerde alles recht te houden, mama tevreden te houden door die vieze klusjes tot in de puntjes te proberen klaren, maar nooit was het perfect zoals zij het wilde. Nooit was het goed genoeg. Ik probeerde de prikkels van zus op te vangen toen mama emotioneel onbereikbaar werd voor haar, maar ik had niemand meer om dat voor mij te doen. Op school kreeg ik veel aandacht van een CLB-medewerker, besef ik nu. Maar ook die gesprekken hebben me nadien spijt bezorgd. Ik wond haar zogezegd rond mijn vinger, vertelde de meest wilde verhalen voor aandacht, manipuleerde en bedroog, volgens mama.
Toen ging het helemaal neerwaarts met me. Jij was mijn levenslijn op dat moment. Ik vroeg om hulp en je bood een antwoord. Ik kwam weer in jouw armen terecht, maar ze voelden niet meer zoals vroeger. Niet meer zo warm, niet meer zo veilig, als ze ooit geweest waren. Duizenden dingen hadden we nooit besproken, want jij was bang voor jouw gevoelens en voor die van mij. Je vertrouwde me niet helemaal, dat weet ik zeker, ook al had ik al zo vaak bewezen dat ik te vertrouwen was. Ik deed zo hard mijn best, papa, om jouw ideaalbeeld te volbrengen. Ik was een goede student, een harde werker, een verantwoordelijke tiener, maar ik was nog op zoek naar mezelf in het hele verhaal en je liet me niet toe die jonge vrouw te ontdekken. Je hield vast aan het kind dat jij ooit gekend had, dat ik niet meer was. Ik was getekend, vertekend, met littekens over heel mijn ziel, wonden die steeds opnieuw open werden gereten door de stomste dingen eerst. Ja, dat heet trauma, maar daar wilde jij niets van weten. Met mij, of ons, of jou, was niets mis.
We braken een aantal jaren nadien, toen ik nog studeerde, omdat je zo gigantisch reageerde op een banaliteit. Je probeerde me met hangende pootjes te laten terugkomen door me financieel blok te zetten. Je sprak een vriend aan, loog over jouw intenties tegen het OCMW zodat ik geen leefloon zou krijgen. Ik moest terugkomen als ik wilde overleven. Nogmaals liet je me in de steek, deze keer niet omdat jouw relatie met mijn moeder op de klippen was gelopen, maar voor jouw eigen trots. Ik deel je mede, ik leef nog steeds, zonder leefloon, zonder jou.
Het was volledige stilte, vol onuitgesproken moeilijkheden. Mijn lief toen, mijn man nu, was degene die me in al mijn lelijkheid durfde zien en aan mijn zijde bleef. Hij gaf me warmte en onvoorwaardelijke liefde, iets waar ik van opkeek. Ik wist niet goed wat ik daarvan moest maken. Hij gaf me geen handleiding genaamd "hoe jij je moet gedragen zodat ik van je hou". Ik vroeg er nochtans tot vervelens toe naar: "waarom zie je me graag?" De subtekst daarvan: "wat moet ik doen zodat je bij mij blijft?" Is dat niet erg als je er zo over nadenkt? Ik weet dat ik niet wil dat mijn zoon zich ooit zo moet voelen. Dat heb ik, samen met zijn papa, in de hand.
Toen onze wegen door een toevalligheid opnieuw kruisten, was er van ons beide veel bereidheid om de relatie nog een kans te geven. Ik sprak met jou af, vertelde jou waar ik allemaal door gewerkt had, wat ik had meegemaakt, hoe ik me daarbij had gevoeld en wat jouw rol in alles was geweest. Ik was zo bereid om jou een nieuwe kans te geven en opnieuw mijn best te doen voor jou. Jouw vriendin stond er niet voor open, wist ik. En toch had je daar geen oor naar. Dat wilde toch iets zeggen voor mij. Ik dacht, ook al is het voorwaardelijk, ik weet perfect hoe jij van me kan houden. Toch vond ik dat ik ook zelf grenzen mocht stellen. Dat is waar het nu definitief is misgelopen.
Ik had jou in geuren en kleuren verteld wat me was overkomen, hoe ik daar nog steeds door moest werken; een handleiding voor jou om te weten waar de grenzen lagen. Niet zodat je je ernaar kon gedragen, maar zodat je ze kon respecteren. Dan kwam het grote nieuws: ik ging trouwen. Ik ging trouwen, maar mama was niet uitgenodigd. Mama, waarvoor ik een levenslijn had nodig gehad. Ik had gedacht dat je dat zou begrijpen, maar de moeilijkheid bezorgde jou wat ongemak, dus je vroeg me om die ene grens die ik koste wat kost niet zou verleggen, voor jou, te negeren.
Nee.
"Nee" was mijn antwoord toen en dat is het nog steeds. "Nee" aan giftige gedachten en gewoontes. "Nee" aan haar en dus, zoals jij dat beslist hebt, ook "nee" aan jou. "Nee" aan de verloochening van mezelf om een ander te sparen. Nee, ik zou mijn huwelijksdag niet laten domineren door mijn beul, had ik jou laten weten. Dat jij van mij vroeg om dat wel toe te staan, wilde voor mij zeggen dat je me niet begreep, dat je jouw eigen gevoelens liefst weer vooropstelde. Ik voelde me, opnieuw, in de steek gelaten door mijn papa. Het was niet jij die me weggaf aan mijn man, maar, eerlijk, ik heb die dag erg genoten van de pure warmte die we voelden van de mensen die het dichtst tegen ons staan. Nog steeds ben ik dankbaar dat ik een familie heb gevonden die me wel aanvaardt zoals ik ben, een familie die veilige relaties zal modelleren voor mijn zoon, wat niet onbelangrijk is.
Ik word steeds beter in het nee-zeggen. En, ik moet je zeggen, het voelt zo goed om mezelf eindelijk terug te vinden tussen al dat puin. Het voelt goed om trouw te blijven aan mezelf. En nu durf ik toch weer eventjes stil te staan bij de mooie herinneringen die ik van jou heb, zonder te hunkeren naar contact met jou, want jij bent nooit echt klaar geweest voor mij en ik denk ook niet dat je dat ooit zal zijn. Papa, ik kijk naar die enkele herinneringen met een warm hart. Je hebt me tenminste dat gegeven. Daar ben ik dankbaar voor, want er zijn mensen die zelfs dat niet hebben. Ik denk aan zus, die op dat vlak altijd op haar honger heeft moeten blijven zitten. Ze stond klaar om mijn plaats in de spotlight in te nemen, hunkerend naar een papa die haar wel eens zag staan, uit de schaduw van haar zus. Ik gun het haar, al vrees ik dat de fundamenten van jouw vaderkracht te wankel zijn om iets betekenisvol te zijn voor haar. Dr. Binu Singh verwoordt het mooi: moeders geven het leven, vaders de wereld. Een goede vaderband wil zeggen dat je actief in het leven staat, kan ontdekken, spelen, leren en ondernemen. Heb je haar dat kunnen geven?
Papa, ik lijk niet meer op jou, maar ik hou nog wel van jou. Nu neem ik even de tijd om onze relatie te verwerken. Ik ben een volledig ander mens dat op eigen kracht staat. Jij zou dat nooit aanvaarden, maar, met de mini kans dat je deze blog ooit leest, ik vergeef je daarvoor. Neem dit niet op als een uitnodiging om het nog eens te proberen, om misschien beter te proberen doen. Die hoop heb ik losgelaten. Ik hoop in de plaats dat je wel vaart, nu, later en zelfs in het verleden.


Reacties
Een reactie posten