Asje, poetsje

De zware deur gaat open en een walm van sigarettengeur raakt je neusgaten nog voor je binnenstapt. De inkomhal is niet echt verwelkomend. Een sierlijke, donkerhouten trap geeft de weg naar boven aan, maar de muren zijn kaal. Ooit heeft er wel eens behangpapier aan gehangen, maar dat is heel lang geleden. Vergeeld, vol plekken, hier en daar donkergrijs. Naast de voordeur puilt het plaksel helemaal uit naar binnen. Dan merk je het, de tweede geur, vocht. De derde, dieren.

De hal is rommelig. Er liggen spullen op de trap, overal staan schoenen en onder een hoop mantels zit ergens een kapstok verstopt. Bovenaan de trap, op de overloop staan verschillende kooien met knaagdieren die nauwelijks worden uitgekuist. De ratten hebben in alle geval hun plastic bodem al doorgeknaagd en zwerven 's nachts door het huis. Rechts van jou is er een houten deur, waar ooit een gegraveerd venster in zat. Nu houdt een laagje karton de meeste warmte binnen. Of dat probeert het toch.

Een dure, voleiken eettafel is niet het eerste wat je ziet als je binnenkomt, maar de rommel, daar is niet naast te kijken. Tenminste als je door de grijsblauwe slierten sigarettenrook heen kan kijken. Erachter staan grijze kasten waar het mooi servies in staat. Vroeger werd dat al eens bovengehaald, maar de laatste jaren wordt het amper aangeroerd. Het parket is in hoge bulten naar omhoog gekomen, los van de vloer die eronder ligt. Soms ligt er in het hoekje een hoopje hondenstront naar je te lachen. De planken kraken als je erover stapt, richting de zitplaats, waar de vuile zetels vol liggen met dekens die nooit gewassen worden. Ze hangen vol hondenhaar. De houtstoof brandt. Het is de enige warmtebron van het huis. Errond liggen assen op de grond, maar niemand merkt ze op. Op de tafel, die frequent gebruikt wordt, ligt stof dat niet weet waar het moet kruipen. Tabak, lege sigarettenhulzen, aanstekers en assenbakken liggen verspreid over het hele huis.

Achter de zithoek bevindt zich het grote hoekbureau van de moeder des huizes. Hopen en hopen papier, soms vergeeld, hebben zich doorheen de jaren opgestapeld. Ze liggen overal, over elke centimeter van het werkblad, op de kasten die niet bij elkaar passen, op de vensterbank die al in jaren niet is afgestoft.

Als je doorloopt, zie je dat er een deur openstaat. Die geeft toegang tot een keuken waar je in kunt dansen. De vloer: vinyl. Vol plekken waar de honden ooit eens een behoefte hebben gedaan. Achter het hoekje staan boodschappen. Hopen en hopen flessen en koeken en eten dat overtijd zou gaan. De kelder, daar komt niemand nog. Dat is een mijnenveld op zich. Ook opvallend: de doos met leeggoed. Tientallen lege flessen vodka stapelen zich op voordat ze naar de garage worden verbannen, om nooit nog ergens anders te geraken.

In de koelkast hangt een permanent luchtje van verderf. Ook het werkblad in de keuken is nooit proper. Er staat altijd een hoge berg afwas te wachten, want de vaatwasmachine is altijd gevuld.

Boven, in onze enorme badkamer, waar het enige toilet is, is het al even slecht. Schimmel in de douche, een badkuip waar een huisspin haar vertrek heeft genomen en de gigantische berg was, die nooit slinkt. De wasmachine is nu al jaren kapot. Soms is ze even hersteld en werkt ze een week of twee, voordat ze het opnieuw begeeft. Geen enkele badhanddoek ruikt fris, want ze hebben allemaal al eens een week in het nat gelegen. Voor schone kleren wordt er naar mij gekeken, om voor het gezin met de hand te wassen wat nodig is.

Nota bene zijn er in huis heel wat taken die speciaal voor mij zijn weggelegd. De afwas, bijvoorbeeld, of de zorg voor de meeste dieren op de boerderij, iets wat 'organisch' gegroeid is. Mijn kamer is de gastenkamer, waar iedereen die te gast is slaapt terwijl ik ergens anders vertrek moet nemen. Ik sta op om 5u30, ook al ben ik geen ochtendmens, om voor de ochtendstond de honden buiten te laten en iedereen 25 keer wakker te roepen terwijl ze zich alsnog overslapen. Het is 's winters zo koud op mijn kamer dat het ijs aan de binnenkant van de ramen staat. Brood? Dat zit nog in de diepvries. Ik sta voor de keuze: bevroren brood meenemen naar school, er een papperige brei van maken door te ontvriezen in de microgolfoven of niets meenemen. Is mijn broek droog? Ah, mama had gezegd dat ze die in de droogkast zou steken. Ze is het vergeten. Dan maar een natte broek aan, de fiets op richting school...

Dit was mijn leven.

Dit was wat mensen zagen als ze bij mij thuis binnenkwamen.
Het had veel mooier kunnen zijn.

Ik kan met beschrijvingen doorgaan, maar liever niet. Ik word liefst zo weinig mogelijk aan mijn tienerjaren in deze omstandigheden herinnerd. En toch wist zoiets zich niet uit mijn geheugen. Sindsdien ben ik ver gekomen. Ik heb een eigen huis, een vaste wasdag in de week en de kleren van mijn gezin zijn tot nu toe altijd al fris uit de wasmachine gekomen. Over het algemeen is ons huis relatief proper, ook al voldoet het snel niet aan de standaard die ik mezelf voorhoud.

Want wat ben ik zonder die standaard?

Ik merk dat ik voor mezelf strenger ben dan ik voor een ander zou zijn en, ik zal nog meer zeggen, ik weet hoe dat komt. Het strenge stemmetje in mijn hoofd is er eentje dat ervan overtuigd is dat het mij beschermt. Een realiteit zoals die vroeger was, is voor mij niet wenselijk. Een aspect daarvan is netheid, maar dat is lang niet alles. De gevolgen van mijn moeders lage kuisstandaard, het gebrek aan hygiƫne, had gevolgen voor alle aspecten in mijn leven. Ik werd ervoor gepest op school, verloor er mijn eerste vriendje door (voor een stuk), en het was ook gewoon niet gezond. Een ommekeer van 180 graden was broodnodig om me eruit te halen. Dat was wat me nu zo ver gebracht heeft.

Paniekerig word ik ervan, als ik denk dat Lucas in zo'n situatie zou moeten opgroeien. Als er iets in mijn huishouden nog maar een hint geeft van de luiheid waarmee mijn moeder huishield, ga ik in overdrive, voor 200% de andere richting uit.

Een luchtje? Verderf in de koelkast? Al even geen stof afgedaan? Vuile sokken?
Mijn brein gaat dan meteen over naar het schaamte- en schuldgevoel, waar ik mee blijf lopen tot de hint in kwestie is opgelost. Soms kan dat wel even duren, naargelang de drukte van de agenda en de ontwikkelingsfase en gezondheid van Lucas.

Overcompensatie, noemt men dat.

Ik ben me ervan bewust. Toch is het moeilijk om een balans te vinden. Ik voel me fantastisch als ik erbij stilsta hoe zorgeloos mijn zoon kan opgroeien, hoe hij zich totaal niet bewust is van de privileges die hij heeft. Ik zal ze ook nooit onder zijn neus duwen, want ik vind dat een propere, veilige thuis een basisbehoefte is voor elk kind. Dat dat voor mij hemel en aarde kost soms, dat is dan maar zo.

Toch moet ik mijn impulsen in check houden, gas terugnemen. Mijn hoge standaard moet verlagen, want een proper huis mag niet ten koste gaan van de kwalitatieve momenten die ik met mijn zoon kan delen. Of mijn relatie met mijn echtgenoot. Of mijn gezondheid. Nu is het tijd om rust te vinden in de chaos, maar niet te veel, zodat ik me niet laat gaan zoals mijn moeder heeft gedaan. Het is een hele opdracht, maar misschien ben ik wel van het juiste hout gesneden. Wie weet geniet ik ooit nog wel eens van een theetje 's avond zonder gemeen stemmetje dat me in beschaming brengt over wat ik niet bereikt heb die dag, maar kan ik dan in de plaats dankbaar zijn voor wat de dag me gebracht heeft.

Reacties

Populaire posts