Hel op aarde.
Ik draai de sleutel uit het slot en de motor stopt. Ik kijk over mijn schouder en zie tot mijn verbazing dat mijn zoontje in slaap is gevallen, koek nog in de hand. Hij ligt een beetje scheef, met zijn mondje half open. Ik laat een klein zuchtje uit, glimlach en neem een foto van mijn slapend kind, want hij is zo schattig. Laat hem maar liggen, gebied ik mezelf. We hebben tijd.
Ik scroll even door mijn socials. Een tekening van een klein Palestijns meisje dat door de oorlog in Gaza haar ouders verliest, vindt een weg naar mijn Facebook feed. Ik bekijk de tekening, maar klik dan mijn telefoon dicht, kruip op de achterbank en neem mijn zoontje in mijn armen.
Hij ligt zo vredig te slapen. Ik bestudeer hem heel aandachtig, nu ik nog eens de kans krijg. Er lopen paarse adertjes door zijn dunne oogleden. Zijn huidje is zo zachtjes egaal. Er zitten schilfertjes in zijn blonde haartjes en er hangt wat chocolade aan zijn handjes. Hij zucht eens diep. Geen zorg ter wereld. Contactdutjes waren onze standaard als hij nog een baby was. Nu zie ik hem zelden zo stilletjes bij daglicht. Ik prijs mezelf gelukkig.
Gelukkig, ja. Want ik kan zonder zorgen voor mijn veiligheid op de parking van de kledingwinkel wachten tot mijn kind vanzelf wakker wordt. Ik ben het eerste dat hij ziet als hij zijn ogen opent. Hij schenkt me de mooiste glimlach.
Ik moet terugdenken aan een video die ik de dag voordien heb gezien. Twee mannen dragen elk een jong, levenloos kind in witte lakens. Hun gezichtjes zijn niet bedekt, hun oogjes zijn dicht. Een van de mannen jammert: "ik zweer dat ze alleen maar slaapt."
Mijn moederhart breekt.
Wat als ik mijn kind zo zou moeten dragen? Wat als ik nooit nog die mooie glimlach te zien zou krijgen? Wat als hij nooit de kans zou krijgen om de wijde wereld te ontdekken, zijn levenspad te volgen, om op te groeien... Ik denk eerlijk gezegd niet dat ik dat zou overleven.
Ik heb ondertussen de meest gruwelijke verhalen gehoord over de oorlog in Gaza. Toen ik OKAN-leerkracht was, had ik ook Palestijnse jongeren in mijn klas. Ik denk vaak aan hun, aan hun familie die daar nog zit. Het valt me binnen hoe mijn stiefmoeder reageerde toen ik vertelde hoeveel bewondering ik had voor de kinderen die naar hier waren gekomen. Zij werkte als dossierbeheerder voor het Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen. Ik vertelde hoe goed ze zich probeerden aan te passen aan onze taal, onze cultuur. Een ander alfabet, geheel andere gewoontes. Ik vertelde dat ze al in de klas zaten, ook al waren ze nog een beslissing over hun dossier aan het afwachten.
"Van waar zijn ze juist?"
"Palestina."
"Ja, dan vrees ik voor de zaak."
"Waarom dan?"
"Omdat dat geen oorlogsgebied is."
Nu dus wel. En het zijn de kinderen die de grootste slachtoffers zijn.
Kinderen.
Kinderen betalen de zware tol van de hele politieke discussie over grondgebied, die nota bene is ontstaan nadat de joden die in de Tweede Wereldoorlog door Duitsland waren vervolgd nergens anders echt welkom waren. Zoals ik altijd al heb geïnterpreteerd, zaten de Verenigde Naties rond de tafel om tot de conclusie te komen dat ze zich de opvang van de ongelukkige joden niet op de nek wilden halen en die dan maar hebben afgeschoven op de Arabische landen, Palestina dan in het bijzonder. En dan kijkt de wereld ervan op dat het volk dat er al woonde in opstand komt?
Dat zit niet goed.
Heel het verhaal zit niet goed, al moet ik bekennen dat ik er ook het fijne niet van weet. Wat ik wel weet, is dat ik er de kriebels van krijg als ik denk aan die onschuldige kinderen die zo veel trauma met zich mee moeten dragen. Hoe dat trauma zich generatie na generatie nog verder zal ontwikkelen, als ze zo lang leven... Mijn hart breekt keer op keer, bij elke foto van een verweest kind tussen alle verwoesting in.
Kwaad word ik ervan, als ik denk aan al die politieke leiders in hun dikke auto's die wat handjes schudden en echt enkel in eigenbelang beslissingen maken. Waar is de empathie voor het volk dat ze dienen? Het is een algemene tendens over de hele lijn van problematieken en crisissen waar ik van walg. Kinderopvang, energie, oorlog...
Ik ben ervan overtuigd dat de mensheid alle middelen heeft om elke mens een menswaardig, nee, een voorspoedig bestaan te laten leiden. Hemel op aarde. En toch kiezen onze leiders keer op keer voor de instituties die de mensheid de dieperik in werken. Hel op aarde. Dat is Gaza.
Hel op aarde is het wanneer leiders de dood van kinderen wegwuiven of, nog erger, verdedigen. Niets rechtvaardigt dat. Het is in mijn ogen monstrueus om een kind opzettelijk pijn te doen, op eender welke manier. Elke mens kan daarmee akkoord gaan. Dat is geen politiek standpunt.
Ik ben geen politieke leider. Ik heb alleen mijn pen. En ook als ik maar een handjevol lezers heb, vind ik niet dat ik mijn plicht gedaan heb als ik stil blijf over de dingen binnenin me iets teweeg brengen. Een collega waar ik veel respect voor heb, wees me daarop zonder het waarschijnlijk te beseffen. Tegelijkertijd moet ik nog voldoende voor mezelf zorgen en die zelfzorg maakt dat dit ook echt alles is wat ik kan bieden.
Maar, liefste lezer, als jij je geïnspireerd voelt om iets te doen binnen jouw eigen capaciteit, dan geef ik je alvast enkele links.
De website van Unicef is wellicht een goed begin. Misschien is de actie #wegaanzehalen eentje die jou inspireert om een eigen initiatief op poten te zetten. Suzan Doodeman en Johannes van den Akker, twee organisatoren van de actie schreven ook een boek over het waarmaken van hun idealen: Hoe dan wel?



Reacties
Een reactie posten