Zot zijn doet geen zeer?
"Mevrouw, dat zie ik jou wel doen, hoor, zo op kindjes slaan."
De leerling die dit uitspreekt zit achterover leunend op zijn stoel met een grote grijns op zijn gezicht. Ik kan er echter niet mee lachen.
Ik krijg er even de krop van in de keel. Nooit had ik gedacht dat iemand dat tegen mij zou zeggen. En toch is dat nu een van de dingen die me altijd bij zullen blijven.
Het schooljaar is nu een dikke maand gestart. Ik had er al geen zin in toen ik in augustus een jongen met een uitgestelde beslissing al zijn kansen zag verkwisten, om een C-attest te krijgen en dan toch te mogen overgaan op leeftijd. Machteloos voelde ik mij. Al die frustratie, gesprekken, hoop om toch een inzicht teweeg te brengen bij die leerling, tenietgedaan door een achterpoortje. Ik zag de leerling nadien glunderend rondlopen op school. "Ik heb toch mijn goesting kunnen doen, hé."
Ik had er geen zin in, want het voorbije schooljaar had ik ook met heel wat onbeschoft gedrag en kwajongenstreken te maken gehad. Ik gaf les aan leerlingen waar ik me echt gewoon ongemakkelijk bij voelde, waarvan ik wist dat ze mijn aandacht probeerden op te eisen, al was het door onaanvaardbaar gedrag te stellen. Dat is vermoeiend en dingen die energie slopen kan ik als jonge mama missen als kiespijn.
De eerste weken van het schooljaar, en nu nog steeds, hoor ik over het ene na het andere gevecht dat op of rond de school plaatsvindt. Een van die keren probeerde ik klappen te voorkomen door een leerling te bevelen de andere leerling los te laten. Toen die niet luisterde, probeerde ik zijn hand zelf los te maken. "Blijf van mij af, of wil je voelen hoe hard ik kan slaan?"
Slik.
Ik denk wel vaker dat ik, of mijn mannelijke medeleerlingen, zoiets vroeger niet hadden moeten proberen. Nu zijn dat dingen waar geen gevolg aan gegeven wordt.
Het valt de eerste weken op dat de klasgroep waar ik de meeste uren in sta niet is wat ik ervan verwacht had. Het is het tweede schooljaar dat ik aan hun lesgeef, maar de neveninstromers ken ik niet. Een aantal daarvan zijn ingeschreven onder ontbindende voorwaarden. Waarom? Daar hebben we het raden naar. Het binnenkrijgen van een verslag blijft uit.
Al snel blijkt dat agressie en arrogantie rijkelijk aanwezig zijn bij deze individuen. Je hoort andere leerlingen over incidenten vertellen. Sommigen hebben schrik, of je merkt dat bepaald gedrag toch sterk aanleunt tegen pesten. Na incidenten waar je gewoon niet over kunt kijken, beslist de klassenraad bepaalde leerlingen de deur te wijzen. En dan hoor je dat ouders niet akkoord gaan, dat die eisen dat hun kind nog een kans krijgt, want zo erg was zijn gedrag toch niet...
Ik trek mijn ogen open als ik dat dan hoor. Ik vind dat pure waanzin. Hoe kan zulk gedrag getolereerd worden?
Ik ben de eerste om in gesprek te gaan met de jongeren die het moeilijk hebben. Ik wil graag luisteren, misschien zelfs eens helpen met het bekomen van inzicht door suggesties te doen over eigen gedachtes, gevoelens, gedrag, maar ik weet ook dat ik niet als psycholoog of zorgleerkracht ben opgeleid. Het enige wat ik kan bieden is een luisterend oor, vaak een schrale troost voor de schrijnende verhalen die ik soms hoor.
Vorig weekend kwam er in mijn mailbox iets binnen waar ik me nooit aan had verwacht. Een leerling beschuldigde mij ervan fysiek uit te halen naar hem.
Ik was er kwaad om, nadien intriest. Ik weet dat deze leerling geweigerd heeft om naar de huiswerkklas te gaan. Die neem ik er tweewekelijks na mijn lesopdracht vrijwillig bij, op een dag waarop ik heel wat springuren heb. Ik doe dat samen met mijn goed bedoelende collega's, om de leerlingen extra kansen te geven de leerstof onder de knie te krijgen. Het is tijd dat ik met mijn zoontje zou kunnen spenderen, maar dat doet er voor de leerlingen niet toe. De huiswerkklas is verplicht voor leerlingen die inhaalwerk hebben.
"Ik ga niet. Ik wil trainen," zei hij kwaad.
"Dan zul je daar de gevolgen van dragen," antwoordde ik. Klinkt dat als iemand die fysiek zou uithalen omdat een leerling niet wil gehoorzamen? Ik krijg daar trouwens meerdere keren per dag mee te maken. Dan maak ik daar een melding van in het leerlingvolgsysteem, aangezien de papieren agenda is afgeschaft. Dus elk onbeschoft gedrag geeft me dit schooljaar ook meer administratief werk.
De bezorgde mama van de leerling in kwestie mailde mij met de vraag om duiding. Die gaf ik, erg sec, omdat ik overliep van emotie toen ik het las. Nadien nam ik contact op om te vragen wat hij had verteld en zijn verhaal te weerleggen. Ze had al twijfels bij de bewering en begreep ook dat er gevolgen zijn voor de keuzes van haar zoon. Mijn hart gaat naar haar uit als ze me vertelt hoe het er thuis aan toe gaat. Ik interpreteer het als een mama die zich alleen voelt in haar opvoedingsrol en er momenteel kop noch staart kan aan binden omdat haar zoon aan het puberen is. Welke rol speelt de maatschappij voor haar? Ik kan me inbeelden dat die haar allesbehalve ondersteunt.
Ik weet dat ik leerlingen vaak moet aanmanen om ergens heen te gaan. Naar de voorziene speelplaats, naar de rij, naar de gang als de bel is gegaan. Dan raak ik hun schouder vaak zachtjes aan om aan te zetten tot actie. Nu maken ook leerlingen waar ik geen les meer aan geef, maar wel nog toezicht op moet doen, er een spelletje van om reacties, al is het lachend, te overdrijven.
Ik voel me er ongemakkelijk bij. Doet er een verhaal de ronde of is het puur toeval? Wat als een van die gasten ook eens een verhaaltje gaat vertellen over mij? En wat met die allereerste uitspraak? "Dat zie ik jou wel doen, hoor, zo op kindjes slaan." Zegt de zot al lachend de waarheid? Beseffen ze dat ik ook maar mens ben? Ik heb ook een leven buiten de school, een gezin om zorg voor te dragen. Hun houding en gedrag, hun woorden, hebben ook wel eens impact op mij. En soms al niet de minste, want ik wil er graag op de beste manier zijn voor hun.
Toch keer ik vaak zwaarmoedig huiswaarts, of heb ik geen zin in de nieuwe schoolweek. Ik vind niet dat ik naar waarde word behandeld. Ik vind niet dat ik als leerkracht mag te maken hebben met dreigementen en valse beschuldigingen, of dat nu in een kwaadheid gezegd is of niet. Al zeker niet in zo'n korte periode. De eerste maand is om. Ik heb er nog negen te gaan voor de zomervakantie en als ik eerlijk ben, weet ik op dit moment niet waar ik zal uitkomen.



Reacties
Een reactie posten