Van moeder op dochter

"Mama?"

"Ja, lieveling?"

"Mama?"

"Ja, mijn schatje?"

Hij wil mijn aandacht. Ik kijk naar mijn kind en zie hoe zijn aandacht gericht is op de balpen die hij net van mij heeft gestolen. Geconcentreerd brengt hij het inkttopje naar mijn agenda, klaar om mijn to do-lijsten voor de week te doorkrassen.

Daar berust ik in. Bij mij borrelt er geen paniek op in mijn binnenste. Geen geruk aan de balpen of luide "nee". Ik probeer hem zelfs niet af te leiden om iets anders te doen. Die to do's zijn geen kwestie van leven of dood. Ik wil echter niet dat mijn zoontje zijn zelfvertrouwen verliest, of zijn interesse in tekenen verdwijnt. Zijn ontwikkeling is belangrijker dan die ene pagina waar ik volgende week al geen boodschap meer aan heb.

Ik staar, voor de zoveelste keer, in bewondering naar hem en bedenk me hoe groot hij al geworden is. Bijna twee. Die kritieke periode van de eerste 1000 dagen zijn bijna voorbij. 

Ik laat een diepe zucht uit. Een gevoel van twijfel welt in me op. Heb ik het goed genoeg gedaan? Is de cirkel doorbroken? Heeft hij een betere kans in het leven? Ik weet dat we nog een lange weg te gaan hebben. Mijn taak zit er natuurlijk niet op na 1000 dagen, maar ik lees overal dat de verbinding, de liefde, de zorg die kinderen in deze periode krijgen, bepalend is voor de rest van hun leven.

Het scheelt, denk ik dan, dat hij geen jaren van zijn leven moet verliezen aan het verwerken van trauma. Ik weet hoe het voelt, hoeveel tijd het kost, hoeveel moeite het vraagt, om naar je emotionele wonden te kijken en ze, uiteindelijk, te likken. Ik ben daar nog steeds mee bezig en heb in dat opzicht echt nog een lange weg te bewandelen. Het moederschap opent nieuwe deuren die me steeds dieper in mijn pijn doen duiken. Tot ik, uiteindelijk, hoop ik, tot een staat van innerlijke vrede met "wat is" kan vinden.

Foto: liberty99

Momenteel is dat nog moeilijk, merk ik. Mijn grootouders zijn de enige bloedrelatie waar ik nog contact mee heb. Mijn grootmoeder vertelde me onlangs iets waar ze zelf mee bezig was, iets over de familie die ik achterwege heb gelaten. Ik heb er niet naar gevraagd. Dat doe ik nooit, aangezien dat hoofdstuk voor mij, rationeel, is afgesloten. Toch merk ik dat mijn hart het soms anders ervaart.

Blijkt, voor mij althans, dat mijn zus nu echt gevangen zit, vastgeroest in de vicieuze cirkel, het generationele trauma dat met elke generatie escaleert. Ik heb er hartzeer van. Vooral omdat ze het waarschijnlijk zelf niet ziet. Haar pijn is dagelijks, hevig, donker en intriest en voor haar is er geen uitweg. Zelfs als ik haar de hand zou reiken, zou ze die zonder twijfelen afwijzen. Want ik ben de schurk in haar verhaal. En, eerlijk, ik wil gerust de rol van schurk opnemen in het narratief van iemand anders als dat wil zeggen dat ze daar gelukkiger van worden, maar ik denk niet dat dat bij mijn zus het geval is.

Een deel van mij hoopte dat haar ogen zouden openen toen ik mijn statement een aantal jaren geleden maakte. Ik heb één persoon de rug toe gekeerd en de hele familie is haar gevolgd. Ik wist toen dat die kans groot was en heb het toch gedaan. In de eerste plaats voor mezelf, voor mijn gezin, voor mijn toen nog onverwekte kind. Maar een klein deeltje van mij hoopte stiekem dat het verschillende blikken zou verruimen, ogen zou openen. Ik hoopte dat mijn zusje zichzelf ook zou kunnen bevrijden van de traumaketenen die van generatie op generatie, moeder op dochter, zijn doorgegeven.

Mijn vader heeft haar dan toch niet de wereld gegeven. 

Die privilege was voor mij. 

Ik kijk naar mijn zoon in bewondering, maar ook met een traan in mijn blik. Voor hem is de cirkel misschien wel doorbroken, maar de pijn leeft verder in mijn binnenste, in het leven van mijn zus. Ik weet dat ik liefheb en zorgdraag vanuit liefde, maar ook vanuit mijn gewondheid. In hoeverre dat mijn zoon positief of negatief beïnvloedt, zal nog moeten blijken.

Ik kan alleen maar zeggen dat ik het ontzettend moeilijk vind, dat de onzekerheid me op zo'n moment aan de lippen staat. Want, wat als ik toch niet goed genoeg doe... ben... voor hem, voor mijn man, voor mijn vrienden, nieuwe familie, leerlingen? Dan kan ik mezelf alleen maar gebieden: "wees lief voor jezelf." Want dat is wat ik tegen een vriendin zou zeggen.

Reacties

Populaire posts