Ruimte voor?
![]() |
| Foto: AstroGraphix_Visuals |
"Je hebt symptomen van adhd."
Ik laat een diepe zucht.
"Ik weet het."
Hij kijkt verrast. Misschien had hij een hevigere reactie verwacht, maar ik heb de sociale mediafilmpjes ook al gezien. Het is misschien een trend. Misschien wordt het te breed opgeblazen. Misschien lijkt op die manier iedereen wel adhd te hebben.
Toch weet ik al jaren dat veel vrouwen pas op latere leeftijd een diagnose voor autisme of adhd krijgen, omdat meisjes te veel en te goed maskeren. Om eerlijk te zijn sloop ook toen ik voor de eerste keer met die wetenschap in aanraking kwam, die gedachte in mijn hoofd. Maar dan moet ik er ook bij zeggen dat de kenmerken van borderline in mijn tienerjaren beangstigend accuraat waren en dat ik bij research rond mijn mentale gezondheid altijd op hetzelfde terugkom: complexe posttraumatische stresstoornis, maar niet zoals je dat in films of tv-series te zien krijgt.
Voor mijn omgeving is dat moeilijk te omvatten, besef ik. Vooral omdat bijna niemand uit mijn directe omgeving me heeft zien opgroeien als kind. Ze kunnen zich niet voorstellen wie ik toen was, wat ik toen heb beleefd. Ik krijg de opmerking vaak: "dat zou je toch niet zeggen." Ik kom voor mijn peers niet over als iemand die armoedig en verwaarloosd is opgegroeid. Daar ben ik enerzijds dankbaar en trots voor, anderzijds maakt het me een stukje meer eenzaam.
Ik heb de voorbije jaren veel gelezen over gezondheidsproblemen en mentale gezondheid die gelinkt is met trauma en stress bij kinderen en hun zorggevers. De term "adhd" valt daar niet uit weg te denken. Het is een plausibele gedachte, moet ik toegeven, maar ik weet niet waar te beginnen. Mijn huisarts verwees naar een website waar ik tot nu toe nog niet eens naar gekeken heb, want in dezelfde adem zei hij ook dat veel psychologen en psychiaters niet meer geloven in het plakken van een label.
Ik weet uit goede bron dat het ook vrijwel onmogelijk en peperduur is om nog een officiƫle diagnose te krijgen als volwassene. Zelfs bij iemand die al verschillende diagnoses heeft, wordt er rond de pot gedraaid om de mentale staat van die persoon opnieuw te beoordelen. Als ze het al niet doen voor iemand die duidelijk heel veel moeite heeft om een plekje binnen de maatschappij te vinden, dan is het voor een getrouwde vrouw met een vaste job al helemaal geen prioritaire zaak.
Jaren, jaren, heb ik therapie gevolgd. Geen enkele psycholoog heeft een diagnose met me willen delen. Misschien omdat ik nog minderjarig was, nadien omdat er controverse is rond het plakken van etiketten op de diversiteit van de mens, of omdat ze niet in de positie waren een officiƫle diagnose te stellen. Toch denk ik dat het kan helpen. Mijn man heeft een etiket en hoewel hij daar zelf vaak nog moeite mee heeft naar de buitenwereld toe, kan het mij helpen om de mechanismen in zijn brein beter te begrijpen en ruimte en draagkracht te bieden waar dat voor hem nodig is. Om dan nog maar te zwijgen over wat ik zie als leerkracht. Leerlingen zonder diagnose waarvan iedereen weet dat er iets aanwezig is, glippen door de mazen van het net omdat er niets op papier staat. Ook na de laatste nieuwe hervorming die voor eens en voor altijd alle problemen bij leerlingen zou oplossen...
Ruimte maken doe ik voor mijn zoon ook. Mijn man en schoonmama vermoeden dat ook hij niet gespaard is gebleven van een plekje op het autismespectrum. Er zijn details die naar boven komen waar ik al een hele tijd gewoon, als mama, op anticipeer. Ik maak heel vaak mentale ruimte vrij voor Lucas om met zijn dagverloop om te gaan. Niet alles moet super gestructureerd, maar onverwachte dingen zijn voor hem erg moeilijk te aanvaarden. Ik kreeg er onlangs wat erkenning voor, omdat het toch maar weer iets is waar veel energie in kruipt en naar de buitenwereld toe voor lange tijd onzichtbaar is gebleven.
Voor mij is Lucas gewoon mijn kind, autisme of niet. Ik zie hem gewoon als Lucas, met alles erop en eraan. Toch zijn we ook al een traject gestart bij het Centrum voor ontwikkelingsstoornissen, want als er iets te diagnosticeren valt, dan is het financieel veel beter te doel als je je aanmeldt voor de prille leeftijd van 2 jaar (een onnozele regel, maar zo werkt het eenmaal). Als er dan hulp nodig is binnen een systeem dat het, volgens het boekje, aanbiedt, kunnen we er tenminste aanspraak op maken.
Ik zie mezelf vaak terugkeren in Lucas zijn gedragingen. Hij is heel geluidsgevoelig en kan kruimels aan zijn handen niet verdragen. Ik stel keer op keer vast dat hij ook het grassprietje in zijn emmertje opmerkt als hij in de tuin met water speelt, dat hij ook die kruimel van zijn koek ziet vallen. Omdat ik het ook opmerk, kan ik de meeste dingen voor hem kaderen, want zijn taal is al goed ontwikkeld. Grote driftbuien heeft hij niet vaak. Ik regulier zijn emoties met liefde en geduld, iets wat ik zelf als kind weinig heb ervaren.
Veel weet ik niet over mijn eigen gedrag als kind, maar wel over mijn beleving ervan. Mijn moeder heeft mijn hele leven lang aangehouden dat ik een lastige baby, een moeilijk kind en een agressieve tiener was. Ik weet wel nog dat mijn ouders mijn oren lieten onderzoeken omdat ze dachten dat ik niet goed kon horen, dat ik van mijn moeder oranje pilletjes kreeg om beter te presteren op school, maar dat het ook daarbij gebleven is. Ergens tussen mijn kindertijd en adolescentie ontdekte ik dat het kind van een vriendin van mijn moeder, met de diagnose adhd, dezelfde pilletjes nam. Stomweg vroeg ik of mijn moeder dan toch mijn pilletjes in mijn zak had gestoken. Ik kan me de blik van ongeloof nog zo voorstellen. Waarom is me nooit verteld. Dat ik die pilletjes ook opeens niet meer moest nemen, werd me nooit uitgelegd.
Voor de geboorte van Lucas heb ik daar nooit bij stilgestaan. Ik weet dat mijn moeder heel lang heeft volgehouden dat er iets mis met me was. Ze bestempelde me met vanalles, allemaal woorden, labels, die voor mij kant nog wal sloegen, want als kind werd mij nooit iets uitgelegd. Toen ik ouder was, brokkelde elk beetje zelfwaardering dat ik nog had helemaal af toen mijn moeder, op haar eigen sadistische verklarende manier, probeerde te bewijzen dat er iets mis met me was. Mijn vader was dan het ander uiterste; altijd maar ontkennen, oogkleppen opzetten voor alles waar hij geen antwoord op kende.
En zo blijf ik nu achter, vol vragen over mijn eigen belevenissen als kind en hoe ik de beste koers kan varen voor mijn zoon. Voor het grootste deel van mijn leven heb ik me misbegrepen en angstig gevoeld om iets mis te doen, tegen de haren van de kat in te wrijven zonder het zo te bedoelen. Het is een slechte gewoonte die ik van me af probeer te schudden, maar hij zit nog altijd in mijn peer-relaties ingebakken.
Meisjes maskeren beter.
Het is alomgekend in de psychotherapeutische wereld. Meisjes zijn gevoeliger aan de sociale rol die hen wordt toegeschreven. We zijn ook evolutionair gewoon afhankelijker van de perceptie die onze sociale groep van ons heeft. Ik ben mezelf erg vroeg verloren. Zelfs toen ik mijn artistieke uitlaatklep nog benutte, durfde ik nooit echt te tekenen wat in mijn binnenste zat, want wat als het te duister was? Wat als het mensen zou afschrikken? Nee, ik zou altijd kiezen voor iets wat sociaal aanvaardbaarder zou zijn, iets waar mensen zich goed bij konden voelen.
Ik ben bijna 28.
Het heeft meer dan 20 jaar geduurd voor ik het aandurfde om meer ruimte in te nemen op deze wereld. Mijn zoontje is er 2. Hij is onbevangen en onbeschaamd zichzelf. Hij neemt zonder moeite zijn ruimte in en ik kan dat alleen maar bewonderen en koesteren. Het maakt me ergens bang voor het moment dat hij naar school toe moet en in de pas van het systeem zal moeten lopen. Tegelijkertijd voel ik dat hij ook ruimte voor mij vrijlaat. Bij hem krijg ik de toestemming om de zeemeermin in de wolken te zien, gek te dansen op een melodie die zich alleen maar in mijn hoofd afspeelt...
Ik ben bijna 28. Het daagt nu pas dat ik eigenlijk geen gewoontes heb, dat elk klein ding weer een nieuwe keuze is die ik bewust moet maken. Sleutels aan het haakje hangen, schoenen uitdoen bij het binnenkomen, tanden poetsen voor het slapengaan... Bij mij zijn dat bewuste keuzes die ik keer op keer opnieuw maak. Over alles moet ik nadenken en alles is een innerlijke dialoog. Blijkbaar zien andere mensen niet alles wat gezegd wordt in hun hoofd afspelen en wordt dat brein van hun heel stil als het tijd wordt om te gaan slapen. Blijkbaar kan de hyperactiviteit zich ook gewoon uiten in die eindeloze stroom aan gedachten, in plaats van hyperactief gedrag.
De ironie wilt dat ik aan die gedachtes, die vragen geen ruimte geef, want daar word ik alleen maar meer overweldigd van. Stel dat ik pas binnen dat profiel, dan ben ook nog op een andere manier door het zogezegde vangnet van de maatschappij gevallen en is het maar weer iets waar ik als volwassen vrouw, alleen, moet leren omgaan.



Reacties
Een reactie posten