Schilderkluns
"Waw, dat is niet normaal voor iemand zonder artistieke opleiding."
Een gevoel van trots welt in me op, een kleine glimlach verschijnt op mijn gezicht. Ik heb net een foto van een bijna afgewerkt schilderij doorgestuurd naar een aantal mensen in mijn dichte kring. Deze zomer ben ik 28 geworden en rond die verjaardag heb ik besloten om de schilderborstels op te pikken. Er sluimert een ander gevoel in mijn binnenste en mijn stille glimlach verdwijnt ook weer.
Na een online workshop van 3u voelde ik me zeker genoeg om dingen te gaan uitproberen. Ik trok naar de Action om wat canvassen en de primaire kleuren in acrylverf te kopen. Een set borstels en een mengpalet erbij en ik zat een aantal uren later helemaal klaar voor een blank canvas om mijn falen met gratie te ondergaan...
Het was iets wat ik echt, echt wilde doen omdat ik het echt, echt wilde kunnen. En juist dat maakte het zo spannend om het eindelijk te gaan doen. Want, wat als ik er eigenlijk geen talent voor had? Na meer dan 15 jaar geleden al mijn hoop op een artistieke carrière te laten varen, vond ik eindelijk de moed terug. Mijn voornemen van dit jaar, die "ik ook", had me tot dit moment geleid. Mijn derde schilderijtje, losjes gebaseerd op een foto die ik tijdens de voorgaande jaren als fotograaf had mogen nemen, was eentje om trots op te zijn.
Trots was ik, maar tegelijkertijd voelde ik me een beetje beroofd.
Beroofd van alle kansen die ik al die jaren heb mislopen.
Boos, zelfs, dat ik zo lang had willen geloven dat het niet meer in me zat.
Verdrietig, voor de donkere herinneringen die daar rond zweven...
Je kunt haar misschien in je geestesoog zien zitten, dat meisje van 10 dat op het trapje van de academie voor beeldende kunsten zit te wachten.
Ze is erg verlegen, weet nooit hoe te reageren op een compliment van haar leerkracht, want die is er om kritiek te geven zodat ze beter kan worden. Mama zegt dat ze anders niet kan leren.
Twee uur per week kan ze helemaal opgaan in haar creatieve uitlaatklep. Vaker en vaker, nu de middelbare school nadert, benadrukt de kunstmeester dat ze in die richting zou moeten studeren. Ze overweegt het en heeft het thuis al een aantal keren laten vallen. Maar mama en papa hebben net beslist om te scheiden. Het is alle hens aan dek. Haar leven is voorgoed veranderd en alles voelt zo eng.
Zelfs naar school gaan in de naburige stad die een kunstschool heeft.
Met papa op de trein, dat zou nog lukken, maar nadien de weg naar school vinden... Ze was zo'n warhoofd... en mama zou haar niet uit de nood helpen, dat had ze duidelijk gemaakt.
Mama had de laatste jaren steeds minder interesse getoond in haar hobby. Vorige zomer moest ze smeken om haar werkjes te gaan ophalen na de jaarlijkse tentoonstelling. "Mijn moeder is geen enkel werkje gaan ophalen toen ik nog beeldende kunsten deed."
Zo belangrijk was het misschien dan toch niet.
Vaker en vaker wordt ze vergeten, op dat trapje aan de academie. En het wordt sneller en sneller donker, kouder en kouder. Het wachten duurt langer en langer. Is het een straf? Heeft ze iets mispeuterd waardoor mama een punt wilt maken? Of is ze haar echt vergeten? Is ze zo onbelangrijk in haar gezin dat ze niet gemist wordt voor het avondeten?
Soms vergeet mama haar naar de les te brengen. En hoewel ze er dan liever op los had geschilderd of geboetseerd, het gaat nooit op tegen de knoop in de maag, de anticipatie... zal er een auto staan wachten of niet? De moed zakt in de schoenen als die er niet staat, niet op de parking komt opgereden. Zelfs niet lang nadat ook de leerkracht al vertrokken is.
"Mijn mama is onderweg," liegt ze dan.
Of misschien was het de ijdele hoop die spreekt. Ze ziet de leerkracht twijfelen. Het zal mijn moeder uiteindelijk te binnen schieten, denkt ze bij zichzelf. Ik heb hier nog niet moeten overnachten.
Als kind was ik er altijd zo zeker van dat ik mijn hele leven zou schilderen.
Natuurlijk ben ik naar een "veiligere" richting gestuurd, meer mainstream, "toekomstgerichter" - of jobgericht, het is hoe je het bekijkt.
Toch denk ik dat het de genadeloze "vergetelheid" van mijn moeder was die me van de kunst heeft weggestuurd, al zeker in schril contrast met wat ze voor mijn zus haar hobby's over had, in die paardenwereld. Toen ik de academie had opgegeven, probeerde ik thuis nog wat te tekenen, maar ook dat werd kil onthaald door mijn moeder. Mijn zus nam dezelfde interesse op en kreeg toen ook veel meer steun. De weerstand die ik toen voelde, werd onthaald als jaloezie en rancune. Als kind kun je op zo'n moment niet winnen.
Ik geloofde nog liever dat ik geen talenten had, dan te geloven dat mijn moeder een stokje zou steken voor mijn geluk. Dus ik stopte met tekenen, schilderen, boetseren. Ik stopte met mijn creativiteit en stopte het weg in een lade onder een emotionele puinhoop die de jaren nadien alleen maar groter werd.
Het was tijd om op te groeien.
Die flinke, plichtsbewuste meid heeft me toen goed beschermd, besef ik. Het was een onrecht. Ook die bedenking mag bestaan.
Maar nu is het tijd om het kind in mij te herontdekken. Mijn moederschap rijkt me daarin de hand. Mijn zoon gidst me daar wel vaker door dan ik soms besef. Ook nu heb ik de verfborstels terug opgepikt omdat ik herinneringen met hem wilde maken met de activiteiten waar ik zelf als kind erg tot aangetrokken was. De vonk was er opeens, en een sudderend vuurtje stelde de vraag... Hoe zou het zijn als ik een schilderworkshop zou volgen?



Reacties
Een reactie posten